Meer informatie conferentie "Opsluiten, hoe doe je dat?"

De gevangenis is het sluitstuk van de justitiële keten; de sanctie die de samenleving toepast op normoverschrijdend gedrag. De legitimiteit van deze sanctie werd betwist als een disciplineringmaatregel die op gespannen voet staat met het zelfbeschikkingsrecht van ieder individu. Sociologische studies als die van Sykes (1958), Clemmer(1940) en Goffmann (1968) beschreven en analyseerde de werking van gevangenisinstituties en de weerslag die het heeft op de gedetineerden. Latere studies ( Cohen en Taylor 1972; Fitzgerald 1977; Serge 1977; Toch 1977; Parisi 1982; Liebling 1992; Liebling and Karup 1993; Bottoms 1999) illustreerden de “pains of imprisonment” (Crawley; 2004) die de beperking van de vrijheid met zich meebrengt. Emoties als eenzaamheid, angst, verdriet, frustratie, spijt, woede en depressie spelen een belangrijke rol en resulteren bij de gedetineerden in diverse copingsstrategieën tijdens hun detentie.
Het benemen van iemands vrijheid, zoveel is wel duidelijk geworden, legt een bijzondere druk op het functioneren van het gevangeniswezen. Het risico van het toebrengen van extra leed ligt op de loer en dat maakt de legitimering van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf urgent. Als de staat zo’n maatregel oplegt, aan welke maatstaven moet de uitvoering ervan dan voldoen?
Kwaliteitsmeting
In haar boek “Prisons and their moral performance” laat Liebling (2004) zien hoe deze discussie het beleid in het Britse gevangeniswezen heeft beïnvloed, hoe getracht is om hier een antwoord op te formuleren en hoe in de slipstream van opvattingen over effectief en goed management getracht is om tot ‘prison measurement indicators’ te komen. Maar in dit streven naar een goede kwaliteitsmeting blijken er een aantal belangrijke valkuilen te zijn om tot een omschrijving te komen van het predikaat “goede gevangenis”. Problemen die zich daarin voordoen, liggen op het vlak van de logistiek en bedrijfsvoering; klantgerichtheid is daarin te beperkt als maatstaf.
De kengetallen die uit diverse metingen naar voren komen, zoals bijvoorbeeld het aantal geweldsincidenten als maatstaf voor de veiligheid, zijn te beperkt om recht te doen aan de complexiteit van de situatie waarin het zich afgespeeld heeft. Maar behalve deze ‘meetkundige’ beperkingen, is een belangrijk probleem het gebrek aan eenduidigheid over sleutelbegrippen als ‘respect’, ‘rechtvaardigheid’ en ‘menselijkheid’. Wanneer is er sprake van respect voor de gevangene? Wat is een rechtvaardige behandeling en menselijkheid in het optreden van de staf?
Een laatste, belangrijke valkuil bij de kwaliteitsmeting van de gevangenissen, is wat Liebling (2004; 128) noemt: de low ‘face validity’; dat wil zeggen: de verwerping van de staf en de gedetineerden van de wijze waarop het gevangenisleven door de diverse rapportages wordt gerepresenteerd.
Gevangenisregime
Op verschillende niveaus zijn er dus problemen om tot een kwalificatie van het gevangenisregime te komen. De roep om verandering van dit sanctiesysteem, om afschaffing van de gevangenis of de vraag over de effectiviteit in termen van recidivevermindering, laat onverlet dat deze sanctie nog steeds ten uitvoer wordt gelegd. Sterker nog, het maatschappelijk draagvlak voor deze straf als vergelding voor aangedaan leed is de afgelopen jaren toegenomen en vindt momenteel een spreekbuis in het Burgercomité tegen Onrecht van voormalig LPF-kamerlid Joost Eerdmans.
De vraag naar wat is een goede gevangenis - in termen van vergelding en maatschappelijke acceptatie, maar tevens in termen van bedrijfsvoering en sleutelbegrippen als respect, rechtvaardigheid en menselijkheid - is nog steeds actueel.
Jeugdinrichtingen
Voor de jeugdinrichtingen is dit dilemma mogelijk nog groter. Niet alleen spelen bovenstaande vragen een rol, de strafinrichtingen voor jeugdigen hebben ook nog de opdracht om een pedagogische leefklimaat te bieden aan de jongeren. Ook deze term worstelt met een gebrek aan eenduidigheid. Voldoet rust, reinheid en regelmaat? Of gaat het over het aanleren van verantwoordelijkheid, eigen keuzes maken en grenzen aftasten? En kan dit laatste binnen een gesloten setting? Wat zijn de effecten van geslotenheid op de pedagogische ambities?
Er wordt veel verwacht van een gevangenis en het is aan het personeel om hier uitvoering aan te geven. Op de studiedag die Hogeschool Utrecht organiseert over dit thema, zal Alison Liebling (bij het ochtendprogramma) ingaan op de wijze waarop zij het onderzoek naar het gevangeniswezen heeft vorm gegeven over de afgelopen jaren en welke aanknopingspunten er zijn om tot een kwalitatieve beoordeling te komen van de tenuitvoerlegging van deze sanctie. Peter van der Laan zal in zijn bijdrage ingaan op de vraag wat er nu bekend is over de invloed die een gesloten setting heeft op de jongeren die er verblijven.
Respect
Het middagprogramma wil dieper ingaan op de inhoud van een aantal domeinen en belicht het thema vanuit het perspectief van wetenschappers, professionals manager en beleidsmakers. Er zal met een dertigtal genodigden gediscussieerd worden over vragen als:
Hoe kijken bewaarders/groepsleiders aan tegen begrippen als respect/ leefklimaat, menselijkheid en rechtvaardigheid? Welke ambities koesteren de managers in deze? Waar streven de beleidsmakers naar? Hoe vertalen zij de maatschappelijke roep om vergelding? En hoe kijkt de wetenschap hier tegen aan?
Naast bovenstaande vragen over de kenmerkende sociale structuur en expertise die nodig zijn om een inrichting te leiden, is ook de fysieke omgeving een belangrijk thema. Wat is de impact van de fysieke omgeving op de mensen die er verblijven? Hoe reageren gedetineerden op een kamer met ‘hufter-proof’ meubilair, met uitzicht op het hekwerk en de akoestiek van metalen deuren? Welke invulling is er binnen de inrichtingen te geven aan de begrippen licht, lucht en ruimte, die aan de basis liggen van de moderne architectuur?
Deze en andere vragen zullen in het middagprogramma de revue passeren, op zoek naar nieuwe vragen waarvan de antwoorden ons inzicht in de detentie kunnen vergroten.